Vlaams Journaal
Economie

De Roover: voor 10 miljard euro zijn er niet duizend oplossingen

De Roover stelt dat er voor een besparing van 10 miljard euro maar een beperkt aantal realistische pistes bestaan en dringt aan op snelle keuzes.

De Roover: voor 10 miljard euro zijn er niet duizend oplossingen

Er bestaan niet duizend manieren om 10 miljard euro te vinden. Dat heeft De Roover gezegd in een financieel-economische analyse die dinsdag werd gepubliceerd. De uitspraak vat de kern samen van een debat dat al maanden woedt over de vraag hoe een begrotingstekort van die omvang kan worden weggewerkt: de zoekruimte is veel smaller dan de politieke retoriek soms doet vermoeden.

De vaststelling is opmerkelijk omdat ze indruist tegen het beeld dat bij grote besparingsrondes vaak wordt opgehangen. Politici presenteren een brede waaier aan mogelijkheden, van efficiëntiewinsten in de overheidsadministratie tot het schrappen van subsidies en het hervormen van sociale stelsels. Volgens De Roover blijft daar in de praktijk verrassend weinig van over. Wie een besparing van 10 miljard euro wil realiseren, botst op een beperkt aantal wegen die bovendien allemaal politiek gevoelig liggen.

Waarom de speelruimte zo beperkt is

De redenen voor die smalle speelruimte zijn structureel. Een groot deel van de overheidsuitgaven bestaat uit verplichte of moeilijk terug te draaien posten: pensioenen, gezondheidszorg, lonen van ambtenaren en rentelasten op de bestaande schuld. Die posten kunnen niet op korte termijn worden gehalveerd zonder ingrijpende gevolgen voor huishoudens, patiënten of de werking van de overheid zelf.

Daarnaast is een deel van de uitgaven wettelijk of contractueel vastgelegd. Denk aan indexeringsmechanismen die lonen en uitkeringen automatisch laten meestijgen met de inflatie. Zulke mechanismen doorbreken vraagt een politieke meerderheid én een langdurig wetgevend traject. Tegen de tijd dat zo'n hervorming effect sorteert, is het begrotingsjaar waarin de besparing nodig is, al lang afgesloten.

Ook aan de inkomstenkant is de manoeuvreerruimte begrensd. Belastingen verhogen levert op papier geld op, maar in de praktijk wegen hogere tarieven op arbeid, verbruik of vermogen door in de koopkracht en in de concurrentiekracht van bedrijven. Economen waarschuwen al langer dat een te zware extra last de groei kan afremmen, waardoor een deel van de verwachte opbrengst weer verdampt.

De terugkerende opties in het debat

In de discussie over een besparing van 10 miljard euro komen telkens dezelfde categorieën terug. Het gaat om een beperkte set hefbomen die elkaar bovendien deels uitsluiten of versterken.

  • Hervorming van pensioenstelsels, met een langere loopbaan of een aangepaste berekeningswijze.
  • Bijsturing van de gezondheidszorg, onder meer via terugbetalingen, remgelden en een efficiënter gebruik van ziekenhuiscapaciteit.
  • Terugdringen van subsidies en allerlei fiscale voordelen die door de jaren heen zijn opgestapeld.
  • Efficiënter maken van de overheidsadministratie, met digitalisering en het samenvoegen van diensten.
  • Aanpassen van indexeringsmechanismen of van de automatische loon- en uitkeringsgroei.
  • Extra inkomsten via belastingen, accijnzen of een ruimere belastingsbasis.

Elk van die pistes levert op zijn best een deel van het gezochte bedrag op. Een combinatie is dus onvermijdelijk. Dat maakt het dossier niet eenvoudiger: hoe meer maatregelen nodig zijn, hoe meer belangengroepen zich geraakt voelen en hoe groter de kans op vertraging of afzwakking.

Politieke levensduur als echte beperking

De uitspraak van De Roover raakt ook aan een minder technisch aspect van begrotingspolitiek: de tijd. Een besparing van 10 miljard euro is geen eenmalige ingreep maar een structurele aanpassing. Maatregelen moeten worden goedgekeurd, uitgevoerd en gecontroleerd. Rekenkamers en internationale instellingen wijzen er al jaren op dat de uitvoering vaak achterloopt op de aankondiging.

Daar komt de politieke kalender bij. Hervormingen die pijn doen, worden zelden vlak voor verkiezingen doorgedrukt. Wordt er wel beslist, dan gebeurt het vaak in de eerste helft van een regeerperiode, wanneer de politieke kost nog kan worden verteerd. Wie te lang wacht, ziet de speelruimte verder slinken en moet uiteindelijk kiezen tussen nog hardere ingrepen of het laten oplopen van het tekort.

De boodschap dat er niet duizend oplossingen bestaan, is in die context vooral een oproep tot realisme. Het debat gaat niet over het vinden van een onbekende truc, maar over het maken van een keuze tussen een handvol bekende en allemaal ongemakkelijke opties. Welke mix uiteindelijk wordt gekozen, bepaalt niet alleen het begrotingssaldo, maar ook wie de rekening betaalt: de gebruiker van een publieke dienst, de belastingbetaler of de volgende generatie.

De kern van de zaak is niet of er een oplossing bestaat, maar of er een meerderheid te vinden is om ze ook effectief door te voeren.

Voor bedrijven en burgers betekent dat vooral onzekerheid. Zolang niet duidelijk is welke hefbomen worden gebruikt, blijft het moeilijk om te plannen. Investeringsbeslissingen, loononderhandelingen en langetermijnsparen hangen mee af van de richting die de begroting uitgaat. Duidelijkheid, zelfs over onaangename maatregelen, is voor veel economische actoren waardevoller dan een langdurig uitstel.

De komende maanden zal blijken of de analyse van De Roover ook politiek wordt gevolgd. De cijfers laten weinig ruimte voor vrijblijvendheid, en de agenda voor structurele hervormingen is al meermaals uitgesteld. Of er nu tien, vijf of drie realistische pistes overblijven, de keuze zal hoe dan ook vallen in een domein waar elke beslissing winnaars en verliezers maakt.

Gerelateerd nieuws