Vlaams Journaal
Binnenland

Brussel krijgt tweede Zorgcentrum na Seksueel Geweld in UZ Brussel

Over twee maanden opent in het UZ Brussel in Jette een tweede Zorgcentrum na Seksueel Geweld voor de hoofdstad. Het aantal zorgvragen is op vijf jaar bijna verdubbeld.

Brussel krijgt tweede Zorgcentrum na Seksueel Geweld in UZ Brussel

Over twee maanden opent in het UZ Brussel in Jette een tweede Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) voor de hoofdstad. De stad beschikt vandaag over één zo'n centrum, in het Sint-Pietersziekenhuis. De uitbreiding komt er omdat het aantal zorgvragen bij de Brusselse centra op vijf jaar tijd bijna is verdubbeld.

De Zorgcentra na Seksueel Geweld bieden wat ze zelf een globale aanpak noemen: van medische zorg tot psychologische begeleiding, aangevuld met het verzamelen van forensisch materiaal. Of dat materiaal ook effectief gebruikt wordt, hangt af van de patiënt.

Het UZ Brussel reageert tevreden op de komst van het nieuwe centrum. Vandaag belanden slachtoffers van seksueel geweld in het ziekenhuis nog op de algemene spoedgevallen. Met een eigen ZSG hoopt het ziekenhuis die mensen gerichter te kunnen opvangen en begeleiden.

Wat een zorgcentrum precies doet

Een Zorgcentrum na Seksueel Geweld bundelt verschillende soorten hulp op één plek. Slachtoffers kunnen er terecht voor medische zorg, voor psychologische ondersteuning en voor een forensisch onderzoek. Dat laatste is bedoeld om sporen veilig te stellen die later eventueel als bewijs kunnen dienen.

Wie aangifte wil doen bij de politie, kan dat vanuit het centrum regelen. De politie komt dan ter plaatse. In dat geval vindt ook automatisch een gynaecologisch onderzoek plaats. Slachtoffers die (nog) geen aangifte willen doen, kunnen toch bij het centrum terecht. De keuze over wat er met het forensisch materiaal gebeurt, ligt bij de patiënt zelf.

Die laagdrempeligheid is een bewuste keuze. De centra willen vermijden dat slachtoffers afhaken omdat ze zich onder druk gezet voelen om meteen een klacht in te dienen of een zwaar medisch traject te doorlopen.

Getuigenis: "Het is heel eng om zo snel daarover te praten"

De Brusselse Marie, die om privacyredenen niet met haar volledige naam in de media verschijnt, deed twee jaar geleden een beroep op een ZSG. Ze werd in haar appartement in Brussel verkracht door een man die ze had leren kennen op een werkevenement. Pas 24 uur na de feiten besloot ze hulp te zoeken in een zorgcentrum.

Ze beschrijft hoe confronterend dat moment was. Binnen korte tijd na de feiten moest ze praten over wat haar was overkomen, met mensen die ze niet kende. Er werd haar ook gevraagd of ze aangifte wilde doen bij de politie. Dat weigerde ze in eerste instantie. Volgens haar werd daar niet aandringend op gereageerd, wat ze als een belangrijk element van de hulp ervaart.

Haar getuigenis illustreert waarom de centra inzetten op een aanpak waarbij het slachtoffer zelf het tempo en de richting bepaalt. De drempel om hulp te zoeken na seksueel geweld blijft hoog, en de eerste uren en dagen zijn vaak verwarrend.

Aantal zorgvragen bijna verdubbeld op vijf jaar

Charlotte Rousseau, die mee aan de basis lag van het eerste Brusselse zorgcentrum, ziet het aantal patiënten in die centra sterk stijgen. Volgens haar is het aantal hulpvragen zo goed als verdubbeld. Ze gaat er niet van uit dat er vandaag meer slachtoffers zijn dan vroeger.

Ze wijst erop dat waarschijnlijk ongeveer de helft van de mensen in België ooit met seksueel geweld te maken krijgt. Het verschil zit volgens haar in de bekendheid van de gespecialiseerde centra. Niet alleen patiënten weten de weg te vinden, ook artsen en zorgverenigingen verwijzen steeds vaker door.

Die vaststelling sluit aan bij de bredere ontwikkeling van de Zorgcentra na Seksueel Geweld in België, die de voorbije jaren in verschillende regio's werden uitgebouwd. Ze ontstonden uit de vaststelling dat slachtoffers anders verspreid raken over spoedgevallen, huisartsenpraktijken en politiediensten, zonder dat iemand het volledige traject opvolgt.

Wat de uitbreiding betekent voor Brussel

Met een tweede centrum in Jette komt er voor de hoofdstad een extra toegangspoort bij. Dat is relevant in een stad met een groot en divers inwonersaantal, waar de vraag naar gespecialiseerde opvang al jaren groeit.

Voor het UZ Brussel betekent het een verschuiving in de werking van de spoedgevallen. Slachtoffers die er nu nog in de algemene stroom terechtkomen, kunnen in de toekomst een beroep doen op een aparte, gespecialiseerde opvang. Dat laat toe om zowel de medische als de psychologische begeleiding sneller en gerichter op te starten.

De opening staat gepland over twee maanden. Daarmee krijgt Brussel, naast het centrum in het Sint-Pietersziekenhuis, een tweede vaste plek waar slachtoffers van seksueel geweld terechtkunnen voor zorg, begeleiding en het veiligstellen van sporen.

Gerelateerd nieuws